Tijdens haar gevangenschap wordt Edith gedwongen om voor de beruchte kamparts Joseph Mengele te dansen. Hierdoor wordt zo ook wel ‘de ballerina van Auschwitz’ genoemd. Ze krijgt te maken met verlies, marteling, uithongering en een constante dreiging van de dood. Toch vindt ze ten midden van al deze gruwelijkheden een innerlijke kracht waar ze uit kan putten. Een manier om tegen haarzelf te praten waardoor ze zich vanbinnen vrij voelt, ook al is de fysieke realiteit dat ze omringt is door prikkeldraad en de daarbij horende gruwelheden.
De wijze woorden die haar moeder uitsprak kort voor haar dood fluisteren haar zachtjes toe tijdens het dansen voor Mengele. ‘Onthoud dat niemand dát wat je in je eigen gedachten hebt van je af kan pakken’. De woorden zorgde voor het meest waardevolle inzicht in haar leven: ze is vrij in haar gedachten, in tegenstelling tot haar tegenstander. Dit wonderlijke inzicht zorgde ervoor dat ze zich ternauwernood staande wist te houden in een hel op aarde.