Terug naar de realiteit

Naar aanleiding van The Work - Byron Katie

Gevangen in ons eigen oordeel

‘Ik zou meer geld moeten verdienen.’ ‘Mijn man moet me beter begrijpen.’ ‘Mijn kind had nooit ziek mogen worden.’ ‘Mijn team moet me respecteren.’ ‘Ik moet meer klanten krijgen.’ ‘Mijn kinderen moeten beter opruimen.’

Allemaal voorbeelden van gedachten die dagelijks door ons hoofd vliegen. Het zijn statements. Overtuigingen die we onszelf opleggen waardoor we met een beschuldigende vinger naar de buitenwereld of naar onszelf wijzen. Het zijn deze oordelen waardoor we onszelf gevangen zetten, zoals een spin verstrikt zijn eigen web.

Oordelen waarmee we ons mentaal blijven verzetten tegen de realiteit zijn niet alleen uitputtend, maar resulteren in ongewenste resultaten en kunnen aanleiding zijn voor mentale of fysieke klachten. De kunst is om de realiteit te zien zoals deze is, zonder ons eigen ‘moeten’ of ‘niet moeten’ hierin te verweven. Wanneer we de realiteit zien zoals deze is, zorgt het ervoor dat we vrij zijn om efficiënt, helder en verstandig te handelen.

Wanneer we de realiteit zien zoals deze is, zorgt het ervoor dat we vrij zijn om efficiënt, helder en verstandig te handelen.

The Work - Byron Katie

Byron Katie (1942) is een Amerikaanse spreker en auteur die het zelfonderzoek The Work schreef, naar aanleiding van haar eigen ervaringen op het gebied van depressie versus haar eigen gedachten. In haar boek ‘Vier vragen die je leven veranderen’ laat ze stap voor stap zien hoe je door middel van verhelderende vragen je eigen gedachten kan bevragen, waardoor je de wereld om je heen leert zien zoals deze daadwerkelijk is - vrij van oordelen. Het boek beschrijft een viertal vragen waarna een omkering van het oordeel volgt:

1.       Is het waar?

2.       Kan ik absoluut zeker weten dat het waar is?

3.       Hoe reageer ik als ik die gedachte heb?

4.       Wie zou ik zijn zonder deze gedachten?

 

Tot slot: keer het om.

Het boek biedt een mooie introductie op deze vragen én geeft in ieder hoofdstuk een mooi voorbeeld van de toepassing. Op deze manier kun je telkens jouw overtuiging spiegelen aan het voorbeeld dat ze omschrijft.

En nu denk je vast: vier simpele vragen waarmee ik de werkelijkheid helderder ga zien? Is het zo makkelijk? Ja. Het is zo makkelijk.

‘The Work’ binnen de wereld van performance coaching

Voor mijn werk heb ik focus op resultaat. Maar om een beoogd resultaat te bereiken, moeten er bepaalde acties worden genomen. Deze worden beïnvloed door aangeleerde patronen (denk aan onze patronen in voelen, denken en gedrag), vaak al gevormd toen we kind waren. Om te kunnen dealen met wat er voor je ligt zul je bewustzijn moeten creëren rondom de patronen en gedachten die je hebt, om vervolgens te dealen met de realiteit.

Het is niet de realiteit die ons ongelukkig maakt. Het zijn onze oordelen óver de realiteit die ons beïnvloeden. De wereld is een weerspiegeling van onze eigen gedachten, een projectie van onszelf op de realiteit. Onwerkbare gedachten weerhouden ons ervan te doen wat we daadwerkelijk moeten doen om krachtig resultaat te creëren. 

Onwerkbare gedachten weerhouden ons ervan te doen wat we daadwerkelijk moeten doen om krachtig resultaat te creëren. . 

‘Mijn medewerkers moeten mij meer waarderen’ – een voorbeeld 

Aan de hand van een voorbeeld – zoals Byron Katie dat zelf ook doet - neem ik je stap voor stap mee in The Work. Als voorbeeld neem ik een statement dat een van mijn cliënten ooit aandroeg tijdens een sessie. Gefrustreerd vertelde hij me hoe hij zich een vreemde begon te voelen voor zijn medewerkers en dat hij zich steeds meer terug ging trekken.

Aanleiding van dit gedrag was gebaseerd op de gedachte: ‘mijn medewerkers moeten mij meer waarderen’.

1.       Is het waar? (Is het waar dat medewerkers jou niet voldoende waarderen)?

Client: ‘Ja! Als ik ze iets vraag reageren ze afstandelijk. Wanneer ik ze complimenteer reageren ze nauwelijks, maar wanneer ik iets vergeet te regelen laten ze ineens van zich horen. Er is geen animo voor een vrijdagmiddagborrel en ik voel geen verbinding op de werkvloer tussen mij en mijn medewerkers. Dat is mijn bewijs: ze zouden moeten inzien dat ik het beste met hun voor heb en me om die reden moeten ze meer waarderen.’

2.       Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 

(Mijn client kijkt mij nu met hele grote ogen aan.)

Client: ‘Euh, ja, ik vind dat waardering op z’n minst geplaatst is. Alles wijst erop dat ze me niet waarderen.’

Ik: ‘Oké, maar kun je zeker weten dat ze je niet voldoende waarderen? Kun je echt in hun hoofd kruipen en hun gevoel lezen? Is hun lichaamstaal of hun manier van spreken oprecht de ultieme bewijslast voor het feit dat ze je niet waarderen? Kun je echt zeker weten dat als ze zaken anders deden, jij je meer gewaardeerd zou voelen? Daarbij: is het feit dat je medewerkers je niet voldoende waarderen werkelijk de oorzaak van jou pijn? En, nog een laag dieper: we leven in nu eenmaal in een wereld waarin medewerkers hun baas soms niet waarderen. Móeten ze je écht waarderen?’

Wat hier is gebeurd: mijn client heeft een label geplakt op de realiteit. De realiteit is hier dat zijn medewerkers reageren zoals ze dat doen. Zoals de zon overdag schijnt en een vis zwemt, zo waar is het dat zijn medewerkers reageren zoals ze doen. Alleen dit is de oprechte, neutrale waarheid, of je het er nu mee eens bent of niet. Het is een feit waar we geen controle op kunnen uitoefenen. Zijn interpretatie op de realiteit is echter dat zijn medewerkers hem niet waarderen, uitgaande van zijn eigen overtuiging dat medewerkers hem moeten waarderen. Dat zijn totaal verschillende zaken. Toen mijn client zich realiseerde dat zijn gedachte op de realiteit slechts zijn projectie was en niet de waarheid op zich, kwam er ruimte voor verder onderzoek.

3.       Hoe reageer je als je die gedachte denkt? (Kun je een reden bedenken om deze gedachten los te laten, of, kun je één stressvrije gedachte vinden om de gedachte vast te houden)?

Client: ‘Ik voel boosheid omdat het niet eerlijk is. Ik voel me onzeker als ik bij ze ben omdat ze me het gevoel geven dat ik het niet goed doe. Ik trek me vervolgens steeds meer terug op kantoor en ben minder op de werkvloer aanwezig. Ik ben terughoudend wanneer ik denk dat mijn medewerkers me niet waarderen en heb geen plezier in mijn werk’.

Het is dus helder dat de gedachte, gecombineerd met overtuigingen, zorgen voor een slecht gevoel. Dit beïnvloedt zowel zijn werkprestaties als de relatie met zijn medewerkers, en heeft een impact op zijn persoonlijke leven.

4.       Wie zou je zijn zonder die gedachte? 

Client: ‘Ik weet het niet. Ik denk dat ik me vrijer zou voelen. Dat ik meer van mijn werk zou kunnen genieten. Ik zou me gelukkiger voelen. Pro-actiever en meer resultaatgericht. Ik zou me meer verbonden voelen.’

Onbewust laten we onze eigen gedachten, die we projecteren op de realiteit, onze ‘staat van zijn’ beïnvloeden. Gedachten worden gevormd in meningen waar vervolgens acties uit voortkomen. Het resultaat is uiteindelijk een gevolg van jouw denken, of beter gezegd: hoe je omgaat met je eigen denken. (Meer hierover in mijn eerdere blog: Interne Wereld Dialoog).

De omkering

De omkering is het krachtigste onderdeel van The Work. Hierbij keer je het oordeel dat je eerder had om naar jezelf, een ander of tegenovergestelde. Bovenstaand voorbeeld kan op drie verschillende manieren worden omgedraaid om een ander inzicht te verkrijgen:

1. Ik moet mezelf waarderen. Dat is mijn taak, niet de verantwoordelijkheid van mijn team. (De omkering is naar mezelf: waardering begint bij jezelf. Als je jezelf niet waardeert, kun niet van je team verwachten dat ze jou waarderen).

2. Ik moet mijn team waarderen. Als ik van iemand waardering verwacht, moet ik het ook terug kunnen geven. Geef ik daadwerkelijk waardering aan mijn team? (De omkering naar de ander).

3. Ik heb geen waardering nodig. Ik word gewaardeerd, of ik word niet gewaardeerd. Daar zit niets tussenin. (Het tegenovergestelde stellen van datgene wat je overtuiging was).

Het inzicht

Het inzicht dat mijn client verkreeg door zijn statement te onderzoeken, was dat hij achteraf besefte dat hij vooral zichzelf moet leren waarderen in plaats van de aandacht te vestigen op wat zijn team van hem vindt. Ook zag hij in dat hij als werkgever zijn werk moet doen, net zoals hij dat van zijn team verwacht. Ongeacht of hij hier wel of geen waardering voor ontvangt. Daarnaast zag hij in dat het doodnormaal is dat medewerkers hun baas soms niet waarderen.

Het gaf hem rust en maakte dat hij zijn negatieve gedachte kon loskoppelen van de realiteit. Een andere conclusie, verkregen door de vragen, was dat hij zichzelf niet waardeert door continu de gedachte in zijn hoofd te herhalen over zijn medewerkers die hem niet waarderen.  Hij kleineert zichzelf door een gedachte te koesteren waarvan hij niet eens zeker weet of het waar is.

Zolang je het idee hebt dat iemand anders verantwoordelijk is voor jouw ongemak of pijn, zul je vast blijven zitten in een slachtofferrol. Onderzoek de gedachten die je zwakker maken. Zijn ze waar? Echt waar? En kun je ze omkeren waardoor je zelf de regie in handen krijgt?

Zolang je het idee hebt dat iemand anders verantwoordelijk is voor jouw ongemak of pijn, zul je vast blijven zitten in een slachtofferrol.

In het geval van dit voorbeeld kun je stellen dat het werkbaar is om je te focussen op de toekomst van je bedrijf dan woede te koesteren op datgene dat volgens jouw de oorzaak is van het lijden. Daar heb je immers geen controle over. Anders gezegd: wanneer we al onze gedachten geloven kan dit leiden tot een ongelukkig gevoel, wat effect heeft op onze actie en daardoor het resultaat beïnvloedt.

Wanneer we onze gedachten bevragen krijgen we inzicht over waar bepaalde gedachten vandaan komen en geeft het ons een nieuwe richting aan.

Zelf aan de slag

Een handigheid bij het verkrijgen van inzichten, is door ´ik´ te vervangen door ´mijn denken´. ´Ik ben waardeloos´ verandert zo in ´mijn denken is waardeloos´. Wanneer je op deze manier je overtuigingen herformuleert, koppel je de overtuigingen los van de realiteit waardoor het makkelijker is om mogelijkheden te zien.

Een andere handigheid is om ‘en dat betekent dat…’ toe te voegen aan je oorspronkelijke uitspraak. Je oorspronkelijke gedachte kan bijvoorbeeld zijn: ‘ik ben waardeloos’. Hier kun je aan toevoegen: ‘…en dat betekent dat ik me steeds meer afzonder waardoor ik geen verbinding meer voel.’ Door jezelf te trainen om dit laatste stukje aan je gedachte toe te voegen, is het makkelijk om direct tot de kern te komen.

Als je zelf aan de slag gaat, raad ik je ook van harte aan om de vragen én antwoorden op te schrijven, in plaats van alleen te denken. Als je gaat schrijven vertraag je je denkprocessen en zoom je goed in op je gedachten en overtuigingen. Vanuit deze vertraging krijg je jouw gedachten én de antwoorden op de vragen helderder. Echt, het werkt een stuk beter als je schrijft.

Als je zelf aan de slag gaat, raad ik je ook van harte aan om de vragen én antwoorden op te schrijven, in plaats van alleen te denken.

De laatste tip: simpel. Lees het boek van Byron Katie en ga aan de slag. 

Oké, en nu?

Gaat deze methode je helpen om direct krachtige resultaten te behalen? Zeker niet, daar is meer voor nodig. Maar het helpt je wel om de werkelijkheid beter te ervaren, de afhankelijkheid van anderen te verminderen én stress rondom bepaalde zaken te reduceren waardoor we vrij zijn om te dealen met de realiteit zoals die is.

Succes!

Leuk weetje: naast het boek ‘Vier vragen die je leven veranderen’, schreef Byron Katie ook een kinderboek genaamd ‘Tijger tijger is het waar’, waar ze jonge kinderen op een speelse wijze laat kennis maken met The Work.