‘Het grootste concentratiekamp bevindt zich in jouw hoofd. En de sleutel zit in jouw eigen zak.’
Hard werken voor een complimentje van je baas of een loonsverhoging, de aanschaf van een nieuwe auto of flink aan de slag gaan in de sportschool: allemaal manieren om liefde en erkenning van anderen te krijgen. En diep van binnen heb je vast wel eens ervaren dat deze manier van ‘geluk’ verzamelen, geen duurzame manier is. Het complimentje van gisteren is morgen niets meer waard en de auto die twee jaar geleden een ‘yes-gevoel’ opleverde is nu ‘gewoon’ je auto. Dus we blijven meedoen met de ‘rat-race’: een never ending story om morgen weer dat complimentje te ontvangen en overmorgen weer een nieuwe auto te kopen.
Mijn oneindige nieuwsgierigheid naar mensen en hun manier van denken en doen heeft me aangezet om het boek van Jan Geurtz: ‘Verslaafd aan liefde’ te lezen. Het boek is voornamelijk gericht op het proces rondom zelfacceptatie en het vinden van geluk in relaties, al gaat het boek fundamenteel verder dan dat. Heel veel ‘oh ja’ en ‘oh zo’ momenten verder, voel ik mij werkelijk een rijker mens door de verschillende inzichten.
De belangrijkste inzichten voor mezelf? Dat verwijten jegens anderen in werkelijkheid te maken hebben met ons eigen gevoel voor zelfafwijzing. En dat we, zolang we ons onbewust vastklampen aan liefde en erkenning van anderen (en ja, dat doen we), we de illusie in stand houden dat we zonder die liefde en erkenning van anderen niet waardevol zijn. Dus met anderen woorden: we zoeken het geluk niet meer in onszelf, maar in de maatschappij om ons heen, waardoor we onszelf finaal voorbij lopen. Nog anders verwoord: we mogen ons pas goed voelen, zijn pas waardevol, als iemand anders dat erkent. Prima denkstof toch?
Waarom dit vooral mijn interesse heeft gewekt? Wanneer je succesvolle veranderingen toe wil passen zul je een aanpassing moeten maken in je gedrag. Sterker nog: er zal een transformatie moeten plaatsvinden met betrekking tot je identiteit. Ingesleten gedragspatronen zijn hier onderdeel van: ze bepalen wíe je in de kern bent. Maar waar bestaat je identiteit nog meer uit, behalve gedragspatronen? Waar komt je identiteit vandaan?
Precies dat wordt in het eerste deel van het boek in klare taal verwoord. Graag neem ik je mee in een toelichting rondom de vorming van onze identiteit volgens schrijver van het boek, Jan Geurtz. Jan Geurtz is een schrijver die de vertaalslag maakt van psychologie tot spiritualiteit en korte metten maakt met alles wat zweverig is. Een echte aanrader!
Veelvoorkomend is dat we onze eigen kernkwaliteiten niet herkennen doordat we uitgaan van een negatief gecreëerd zelfbeeld, gevormd in onze jeugd. Dit zijn ultieme negatieve zelfbeelden als ‘ik ben waardeloos’, ‘ik ben raar’, ‘ik ben lelijk’ of de meest voorkomende ‘ik ben niet goed genoeg’. Onze reactie op dit negatieve zelfbeeld is dat we via erkenning, liefde en waardering van anderen dit waardeloze gevoel kwijt proberen te raken. We zijn immers allemaal onbewust op zoek naar liefde en erkenning om ons goed te voelen. We leren onszelf op jonge leeftijd basisregels aan en ontwikkelen vervolgens patronen in denken, voelen en gedrag om die liefde en erkenning te verkrijgen. Je zou dus kunnen stellen dat veel van deze patronen gebaseerd zijn op een illusie; ze zijn immers niet gebaseerd op onze natuurlijke staat van zijn, maar op een negatief geloof over onszelf. Samengevat: volgens Jan Geurtz is onze identiteit opgebouwd uit verschillende lagen:
1. Natuurlijke staat van zijn
2. Ons negatieve geloof: de ultieme kernovertuiging
3. De basisregels
4. Patronen in denken, voelen en gedrag
5. Imago
1. Natuurlijke staat van zijn
Als baby beschikken we over een soort van ‘volmaakte natuur’. We denken niet negatief en alles wat we doen is een uiting van spontaniteit en gevoel. Het is puur en vrij van een negatief geloof. Deze natuurlijke staat van zijn blijft aanwezig in ieder mens, maar wordt als het ware versluierd door het ego en het denken. Dit klinkt zweverig, ik weet het, maar blijf bij de les, want dat is het echt niet.
2. Het negatieve geloof: de kern der problemen
Rondom onze natuurlijke staat van zijn creëren we een negatief zelfbeeld. Het ontstaat vanaf het eerste jaar, tegelijk met taalontwikkeling en wanneer het ‘opvoedproces’ begint. Hierdoor merkt het kind ineens op dat het - in vergelijking tot toen het nog een kleine baby was - nu niet overal meer klakkeloos waardering voor krijgt. Met eten kliederen of middenin een winkel schreeuwen: voorbeelden die afwijzing oproepen. Onbewust leren we kinderen dat ze eerst aan bepaalde ‘voorwaarden’ moeten voldoen voordat ze goed genoeg zijn om waardering te krijgen.
Met anderen woorden: we leren ze onbewust aan dat ze niet goed genoeg zijn zoals ze werkelijk zijn, maar eerst aan een hoop regels moeten voldoen. Hier ontstaat het negatief geloof. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld ´ik ben zwak´, of ´ik ben tot last´.
Hier ontstaat ook gelijk de angst en de bijhorende afhankelijkheid die jonge kinderen hebben ten aanzien van hun ouders. Ze hebben daadwerkelijk de liefde en erkenning van hun ouders nodig want anders overleven ze niet! Een situatie die je als mens in latere levensfases – als er echt geen sprake meer is van afhankelijkheid – projecteert op je omgeving. Je maakt jezelf wijs dat je bijvoorbeeld écht niet kunt leven zonder je partner. Maar is dat echt zo?
Ons negatieve geloof (de ultieme zelfafwijzing) vormt de basis voor voor ons zelfbeeld en is sterker dan al het andere dat we van onszelf weten. Daarbij is ons negatieve geloof – ons geloof in eigen onvolkomenheid en waardeloosheid – het meest fundamentele probleem, de kern der problemen.
Een belangrijke opmerking voor de ouders die dit lezen: dit proces is hartstikke normaal. Kinderen hebben nu eenmaal sturing nodig.
3. De basisregels
Basisregels zijn de regels die we onszelf als kind aanleren, om liefde en erkenning van anderen te ontvangen. De eerste basisregels die we als kind leren, zijn vaak regels als lief zijn, samen delen, gehoorzamen, je best doen, goede resultaten behalen, sterk zijn, eerlijk zijn en ga zo maar door. Naarmate we ouder worden komen hier nog meer basisregels bij als: fit zijn en er goed uit zien, niet onzeker zijn, hard werken. Voldoen aan deze basisregels geeft ons een veilig gevoel en zorgt ervoor dat we ons niet afgewezen voelen door anderen. Een voorbeeld: op het negatieve geloof ´ik ben zwak´ kan de basisregel liggen ´ik moet sterk zijn´. Of op het negatieve geloof ‘ik ben niet goed genoeg’ kan de basisregel liggen ‘ik moet goed presteren’. De mogelijkheden zijn eindeloos.
Ons ego, in het boek van Jan Geurtz ‘de innerlijke criticus’ genoemd, functioneert als het ware als politieagent en zorgt dat al deze regels gehandhaafd worden. Gebeurt dit niet, dan zal ons ego ons daar op wijzen, met een waardeloos gevoel tot gevolg. Ons ego zorgt er dus voor dat we altijd de veilige route nemen en binnen de lijntjes kleuren waardoor we het minste risico nemen op zelfafwijzing of afwijzing van anderen. Om die reden is het dat we onze natuurlijke staat van zijn, onze kernkwaliteiten, voorbijlopen. We zoeken ons geluk niet meer in onszelf, maar extern in de vorm van liefde en erkenning van de maatschappij, de ander.
Dit is natuurlijk een broze constructie: zodra de liefde en erkenning van anderen wegvalt, voelen we ons slecht.
4. Patronen in denken, voelen en gedrag
Ons gedrag staat sterk verbonden met onze basisregels en behoedt ons voor afwijzingen. Als kind leren we al verschillende strategieën aan waardoor we de angst voor afwijzing uit de weg gaan. Door bepaald gedrag uit de weg te gaan, of juist door bepaald gedrag te vertonen, beschermen we onszelf tegen de angst van afwijzing en het verkrijgen van erkenning en waardering. Onderstaand voorbeeld uit het boek geeft dit heel helder weer:
Als een klein kind met vieze modderlaarsjes spontaan de kamer binnenrent en op de hagelwitte bank begint te springen en te zingen wordt hij overladen door verwijten van zijn moeder. Een afwijzing is het resultaat. Niet alleen de modderlaarsjes, maar ook spontaan zingen en springen wordt door het kind geassocieerd met afwijzing. Het kind leert hier om in het vervolg spontane uitingen (vanuit zijn natuurlijke staat) te onderdrukken om afwijzing te voorkomen.
Een voorbeeld van een patroon in gedrag is perfectionistisch zijn. Dit kan ontstaan zijn vanuit de basisregel ‘ik mag geen fouten maken’, gebouwd op het negatieve geloof ‘ik ben niet goed genoeg’. Of neem het eerder genoemde negatief geloof ´ik ben zwak´, met de bijhorende basisregel ´ik moet sterk zijn´. Een daaropvolgend patroon zijn kan dat je je emoties niet toont: huilen is voor mietjes.
Patronen in gedrag zijn dus een resultaat van de eerder gemaakte basisregels. Ze zijn opgesteld om onszelf te beschermen tegen afwijzing én om liefde en erkenning van anderen te ontvangen.
5. Het imago
Het imago vormt het laatste deel – de buitenste schil - van onze identiteit. Het is het beeld dat we willen dat anderen van ons hebben: welke indruk wil je graag op andere maken? In heel veel gevallen is het ‘de grote dik voor mekaar show’. En laten we wel zijn: bijna iedereen doet hier aan mee en bijna iedereen is bezig met ‘wat vindt de ander van mij?’.
Onze identiteit is dus een complex systeem, bestaande uit verschillende lagen die elkaar versterken. De grootste invloed op de ontwikkeling van onze identiteit komt van onze ouders en/of andere opvoeders. Maar ook je genen, het sociale milieu, samenstelling van het gezin, traumatische ervaringen uit het verleden, relatie van ouders en sfeer op school dragen allemaal bij aan hoe onze identiteit wordt gevormd.
Een voorbeeld van een opgebouwde identiteit:
· Kernkwaliteit: zachtaardig
· Negatief geloof: ik ben zwak
· Basisregel: ik moet sterk zijn
· Patroon in gedrag: ik toon geen emotie, anders denkt men dat ik zwak ben
· Imago: stoer of onkwetsbaar
Een ander voorbeeld kan zijn:
· Kernkwaliteit: spontaan
· Negatief geloof: ik ben raar
· Basisregel: ik moet net als de rest zijn
· Patroon in gedrag: meelopen met de rest, geen mening uiten
· Imago: niet op willen vallen, een muurbloempje
Bovenstaand heb ik enkel het eerste deel van het boek beschreven waarbij de vorming van onze identiteit centraal staat. Uiteraard is de rest van het boek, waar blokkades in onze ontwikkeling en relaties onder andere aan bod komen, zeker de moeite waard om te lezen!
Wil je écht veranderen? Het optimale uit jezelf halen? Dan ontkomt je er niet aan om je patronen aan te pakken en te evalueren waarom je de dingen doet die je doet. Doe je ze uit angst, om je ego te bedekken en om liefde en erkenning van anderen te ontvangen? Of doe je ze uit liefde, vanuit een interne motivatie, om mooie dingen te creëren.
De keuze is aan jou.