‘Het grootste concentratiekamp bevindt zich in jouw hoofd. En de sleutel zit in jouw eigen zak.’
Al zolang de mensheid bestaat hebben we te maken met situaties die ons diep raken en verdriet teweeg brengen. Verlies van naasten, oorlogen maar ook schaamte of bijvoorbeeld (zelf)afwijzing zorgen ervoor dat we als mensen verdriet voelen. En hoewel we allemaal wel eens verdriet voelen, is verdriet niet volledig geaccepteerd in ons ‘systeem’. Verdriet wordt vaak weggewuifd. Het is taboe.
Vreemd, want onze historie is gebouwd op hongersnood, genocide, oorlog en slavernij. We dragen verdriet mee in onze bloedlijnen, generaties lang. Dat maakt verdriet een steevast onderdeel binnen onze samenleving. Maar in plaats van verdriet te omarmen leren we om onophoudelijk optimistisch te zijn. Om weg te kijken, te zwijgen en te volgen. Onwerkbaar in mijn ogen. Vooral omdat ik oprecht geloof dat onverwerkt verdriet doorvloeit in bloedlijnen. Hierdoor is het vaak de volgende generatie die ongevraagd de rekening betaald voor dat wat wij verzwegen.
Maar wat is verdriet? En wat verteld het ons? Verdriet is een emotie, en niet zomaar een emotie. Het is in mijn ogen een van de meest pure emoties die we kunnen voelen. Vera Helleman geeft een prachtige omschrijving van de emotie verdriet:
‘Verdriet is energetisch een intense, maar in aard toch een heel zachte, bijna teder bewegende stroom. De energie van verdriet is troostend en helend, als een liefdevol losweken van dat wat niet meer bij je kan zijn. Zelfs als het verdriet is en de fysieke reactie heftig; ook dan is de energie zacht en zuiverend.’
Met deze omschrijving slaat Vera de spijker genadeloos op zijn kop: verdriet stroomt, is zuiverend en troostend. Verdriet gaat over toelaten, los laten en uiteindelijk opnieuw creëren. Het gaat over volledige overgave. Verdriet verteld ons om te kijken. Om te voelen. En om datgene vervolgens, wanneer daar de tijd voor is, een plek te geven.
Why the hell zijn we dan zo ver verwijderd van het omarmen van verdriet? Onverwerkt verdriet, dat telkens wordt weggewuifd, wordt herboren in een klacht, fysiek of mentaal van aard. Waar de oorsprong te vinden is in verzwegen verdriet.
Het voelen van verdriet kan verschillende oorzaken hebben. In de kern verteld het ons dat het tijd is om los te laten. Het maakt ons bewust dat we iets vast houden dat ons niet langer dient. (Gebeurtenissen, overtuigingen, oordelen etc). Door iets onbewust vast te houden dat ons niet langer dient stroomt energie niet vrij, maar merken we blokkades op in dagelijks functioneren, zowel mentaal als fysiek. Door die blokkades in het volle licht te zetten, aan te kijken en vervolgens een rechtmatige plek te geven (en/ of los te laten) maken we ruimte voor groei.
Trauma loslaten gaat echter niet zonder slag of stoot. Het is een proces. Met tranen. Veel tranen. Je doet je er goed aan om te erkennen welke pijn er onder het verdriet verscholen ligt. Verdriet is namelijk een reactie op ‘iets’. Zit er boosheid onder? Angst of schaamte? Wat het ook is, kijk het aan. Want je kan iets pas loslaten als je het vastpakt. Als je iets erkent. Acceptatie van realiteit, van dát wat simpelweg is.
In mijn praktijk krijg ik cliënten die me vertellen dat ze niet weten waarom ze nu pas een gevoel van verdriet ervaren. Ze hadden immers jarenlang hard gewerkt en successen gegenereerd. ‘Alsof het verdriet er tóen nog niet was’. Mijn overtuiging: het verdriet zat er al die tijd al. Het wachtte, het bleef fluisteren en escaleerde in mentale of fysieke klachten. Het werd niet eerder aangekeken totdat men er niet meer omheen kon. Het wachtte. Op erkenning. Op verwerking. Op het toelaten en om vervolgens losgelaten te worden.
Dr. Susan Davin, Harvard-psycholoog, deed onderzoek met meer dan zeventigduizend deelnemers en stelde vast dat een derde zichzelf veroordeeld voor het hebben van verdriet. De reden? We smachten naar dat wat had kunnen zijn, in positieve zin, en projecteren een positievere kijk op dát wat simpelweg realiteit is. Acceptatie is ver te zoeken en in plaats daarvan verwijten we onszelf diep van binnen dat iets niet is gelopen zoals we hoopte en veroordelen we onszelf hierom. We streven naar perfectie waardoor er geen plaats is voor het voelen van verdriet.
Het eeuwige verlangen naar een ‘volmaakte’ staat van zijn maakt ons in sommige tijden zwaarmoedig en droevig. Omdat onze projectie simpelweg niet altijd overeenstemt met dát wat is. Het raakt me, want wat is een ‘volmaakte’ staat van zijn, als je daarbij een deel van jezelf structureel afwijst? We leven in een cultuur van gedwongen positiviteit waarbij we vergeten dat we al volmaakt zijn.
Waar verdriet op het eerste gevoel wellicht oncomfortabel voelt, omdat het ons confronteert met een realiteit die we graag anders zagen, laat het ons tegelijkertijd zien dat het tijd is om los te laten. En hoe laat je los (of geef je een plek)? Door het aan te kijken. Door het te voelen en vast te pakken. Je kan iets pas loslaten als je het vastpakt. Dit alles doe je met compassie. Alles begint met jezelf als heel en volwaardig aan te zien. Door elk deel van jezelf te erkennen.
Ik herinner me het verliezen van dierbaren als de dag van gisteren. Het plotsteling overlijden van mijn zusje op 24 jarige leeftijd, evenals het verliezen van een beste vriend aan kanker op 23 jarige leeftijd. Beiden gevallen volgde elkaar in 9 maanden op. Hoewel het verliezen van beide dierbaren een ontzettend grote klap was, is het niet het verdriet op zich, maar de diepe verbinding in die periode met familie en vrienden die me in het bijzonder bijbleef.
Dus waar we in onze hedendaagse cultuur niet leren om met verdriet om te gaan en het ontkennen, is de diepe verbinding met naasten tijdens een gezamenlijk lijden wel degelijk voelbaar. Dat maakt dat verdriet niet enkel gaat om toelaten en loslaten, maar ons ook verbindt. Verdriet gaat over compassie. Het zorgt bij het oprecht aankijken ervan voor een nieuwe stroming. Verdriet heelt en de best passende reactie op verdriet is het liefdevol aankijken van dat wat aandacht vraagt en het toelaten. Niet meer, niet minder.